Het verschil tussen een aardige wandelplek en een verbluffend mooie werd me pas echt duidelijk in het Ahrtal. Drie dagen lopen, midden in de herfst. Gouden wijnhellingen, vuurrode bossen. Op nog geen drie uur rijden van Utrecht.
We komen druipend aan bij ons hotel. Het weer was perfect, tot de laatste kilometers. De sleutelbox is leeg. Niemand reageert op de bel. We zijn koud, nat en hongerig. Na twintig minuten verschijnt er een man die naar buiten komt om te roken.
‘Binnen is wel iemand,’ zegt hij, en houdt de deur open.
Het hotel blijkt een jagersherberg aan de bosrand. In de keuken staat een forse man in jagerskleding wild te versnijden. Pas bij de derde ‘hallo’ kijkt hij op. Geschrokken van twee doorweekte wandelaars verontschuldigt hij zich. Hij was de tijd vergeten.



Onze kamer is nog niet klaar. Om het goed te maken zet hij ons bij de open haard en schenkt wijn. We warmen langzaam op, tussen de geweien en vergeelde jachtschilderijen. De wijn komt van de hellingen waar we die dag doorheen liepen. Zo smaakt wijn zelden. Alles is weer goed.
Ik wandel het liefst in heuvels en bergen. Dat betekent voor Nederlanders al snel: Eifel of Ardennen. Dit keer was het mijn sociale-media-algoritme dat deze plek aandroeg. Het Ahrtal. Ik kende het vooral van het nieuws.
In 2021 steeg de Ahr in minder dan twee uur zeven meter. Huizen werden meegesleurd, bruggen verdwenen, meer dan 130 mensen kwamen om. Ook nu, jaren later, zijn spoorlijnen en wegen nog niet overal hersteld. Sommige huizen glanzen nieuw, andere staan leeg achter hekken.
En toch voelt het dal niet zwaar. In restaurants liggen fotoboeken van de wederopbouw. Geen drama, maar trots. Alsof het landschap en de bewoners samen hebben besloten verder te gaan.
Wandelen hier is een aaneenschakeling van verwondering. De Rotweinwanderweg voert langs wijnterrassen, leisteenrotsen en rivieroevers. Dorpen, ruïnes, een oude regeringsbunker uit de Koude Oorlog. Steeds weer dat kleurenspel van de herfst. Het is bijna te veel voor een weekend.
Als je weet wat hier gebeurd is, dan zie je het zeker. Beschadigde gebouwen, noodbruggen, herdenkingsplekken. En zelfs 5 jaar later is het nog lang niet terug bij het oude. De kwetsbaarheid van al het mooie is nog maar eens duidelijk.
Aan het einde van de dag drinken we een Blanc de Noir. Witte wijn van rode druiven. Licht, maar met diepte. Het past bij deze plek. Mooi, kwetsbaar en sterker dan je op het eerste gezicht denkt.




Geef een reactie