Expeditie Zandduin – de Maasduinen

Onverwacht goed weer op komst, en een lege agenda. We besluiten op avontuur te gaan. De Maasduinen. Een nationaal park waar ik de naam van ken, verder niets.

We reizen via Nijmegen. Stappen over op de bus die niet te missen is: De Limburglijn, trots gemarkeerd met een enorme provincievlag op de zijkant. Na een rit van bijna een uur stappen we uit in Well. Bij een halte langs de provinciale weg. De bus vertrekt. Daar staan we, met onze grote backpacks tussen het razende verkeer.

Bij het bezoekerscentrum gaat het over zand. Over wind. En over water. We leren dat de Maas ooit een andere rivier was, voortdurend veranderend. Soms losse stroompjes. Soms zelfs helemaal weg. De wind deed de rest. Zo ontstonden duinen. Tekeningen van de Maas.

Zodra we lopen, voelen we het. Los zand. Het ruikt lekker: zand en dennennaalden. Zomer.

Bij het Reindersmeer trekken we onszelf met een pontje naar de overkant. Over een meer waar dat zand werd weggehaald. Best een afstand. Op spierkracht. Een vrijwilliger van het park helpt gelukkig mee vanaf de kant.

Na een paar kilometer verlaten we het meer. Door een veehek het bos in. Kleinere paadjes. Schaduw. We vinden een mooi plekje bij een ven. Zand, water, lage heuvels. ‘Dit doet niet onder voor Schotland,’ zegt mijn vriendin als we zittend op onze backpacks een boterham eten.

Over de hele route laten informatieborden steeds zien hoe ook deze tijd tekent in het landschap. Over beheer en natuurherstel. Vennen die worden leeggepompt. Planten die worden weggehaald. Onze tijd tekent misschien meer zelfbewust dan andere tijden.

Onder dat alles liggen oudere lijnen waar we over leren. Grafheuvels. Romeinen. Loopgraven. Om het zand te kunnen lezen, moet je soms goed kijken. De borden helpen je op weg.

Via het Eendenmeer lopen we het park uit. In Bergen nemen we het veer over de Maas naar Brabant. Aan boord tekent iemand snelle portretten van passagiers. De overtocht is kort, we komen niet aan de beurt.

Aan de overkant volgen rustige kilometers door agrarisch gebied. Boomkwekerijen, boerderijen, af en toe zicht op de Maas. En veel fietsers. Ze vertellen dat ze het Pieterpad volgen. Over de rechte lijnen hier. Functioneel. Ik betrap mezelf erop dat ik nu in tekeningen denk.

De natuurcamping waar we overnachten ligt verscholen achter oude bomen, direct aan de rivier. We zetten de tent op. Tegen de avond zitten we op de veranda van een gemeenschappelijke ruimte, kijken uit over de rivier. Boten varen voorbij. ‘Hoe zou dit er over honderd jaar uitzien, vraag ik me af.

De volgende ochtend lopen we langs de ruïnes van kasteel Geijsteren. Op het landgoed slingeren paden door oud bos. kopen een grote pot honing van een lokale imker. En zien een oude watermolen, midden in het bos. Bij station Venray eindigt het voor ons.

De Maasduinen leerden ons veel over rivierenlandschap. Over sporen van tijd van wind, water en mensen. Wij liepen er twee dagen doorheen. Lieten onze voetafdrukken achter. Die zijn vast weer vervolgen.

Startpunt Wandeling

Bezoekerscentrum Maasduinen (bij restaurant)

Aanrader:
Landschapsbiografie

Leer meer over het nationaal park de maasduinen in dit toegankelijk geschreven naslagwerk.

Afbeelding van een boek

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *