Boeren op het land. Wevers achter grote machines in hun kleine woonkamers. Gouden populieren langs lange boslanen. Zo zag Van Gogh Nuenen. Hij vond daarin ruwe schoonheid: het harde werk van de mensen, hun gezichten, hun bewegingen, de natuur. Kunnen we die door zijn ogen nog vinden?
Als Vincent van Gogh in 1883 bij zijn ouders in de Nuenense pastorie intrekt, is de verhouding al gespannen. Zijn eerdere relatie met Sien, een voormalig prostituee met wie hij in Den Haag samenleefde, heeft tot een breuk met zijn familie geleid. Die relatie is voorbij wanneer hij naar Nuenen komt, maar het wantrouwen is niet verdwenen. In de brieven die Van Gogh daar aan zijn broer Theo schrijft, gaat het in het begin vaak over die spanning. Gaandeweg schrijft hij steeds meer over wat hij buiten aantreft: het werk op het land, de ambachten, het dorp.
Ruim 140 jaar later drinken wij koffie in een watermolen in Nuenen-West. Brabants gezellig: een praatje met de eigenaar, een worstenbroodje bij de koffie. We zitten in een Van Gogh. Van buiten is nog herkenbaar van zijn schilderij, de omgeving niet meer. In de nieuwbouwwijk verderop kosten huizen een miljoen en meer. Brainport Eindhoven ligt op fietsafstand.
Bij windmolen De Roosdonck staat een frame op een paal. Zet je telefoon erin en je ziet dezelfde uitsnede als op het schilderij. Het landschap is hier letterlijk gekaderd als Van Gogh-beeld. In zijn tijd was dat anders. Dorpsbewoners noemden hem ’t Schildermenneke: de man die uren buiten zat te tekenen terwijl anderen werkten. Niet vijandig, maar ook niet zonder spot.
In Nuenen werkt Van Gogh aan studies van boerengezinnen die later uitmonden in De Aardappeleters. Hij tekent en observeert mensen uit de omgeving aan tafel en op het land. Geen ideaalbeeld, maar een schilderij over arbeid en soberheid. Het werk is donker en ruw, net als zijn beschrijvingen in de brieven. Het huidige Nuenen oogt juist verzorgd en strak.
Ook over wevers schrijft Van Gogh met bewondering. Over de machines, het ritme van het werk en de werkplaatsen in woonhuizen. Als hij zijn schildersvriend Anthon van Rappard enkele schetsen stuurt, schrijft hij: “Als ge ooit komt zal ik U eens in de hutten der wevers brengen. De figuren der wevers en de vrouwen die garen winden zullen U zeker treffen. De laatste studie die ik maakte is het figuur van een man die in ’t weefgetouw zit op zich zelf, de buste en de handen.”
Van Gogh is ook een marketinglabel, zelfs een nationaal park draagt sinds kort zijn naam. Wie tijdens een wandeling in Nuenen iets wil terugvinden van het arme en sobere arbeidersbestaan uit zijn schilderijen, moet daar verbeelding bij gebruiken. Van Gogh Village Nuenen is vandaag een welvarend en verzorgd dorp. De plekken en motieven uit zijn werk worden duidelijk gepresenteerd en toegelicht, bijna als een openluchtmuseum. Tegelijk is het verhaal hier niet verzonnen: veel locaties zijn echt te bezoeken. Je kunt er staan, kijken en als je wilt zelf proberen vast te leggen.
In het Nuenens Broek, een natuurstrook boven het dorp, wordt de ervaring wat echter. Daar staan populierenrijen en boerderijen tussen de bomen zoals hij die vastlegde. Hier kan ik me voorstellen dat hij liep en werkte, om de schoonheid die hem raakte vast te leggen.
In 1885 vertrekt Vincent naar Antwerpen. Zijn vader is onverwacht overleden. Persoonlijke relaties zijn vastgelopen en hij wil zich verder ontwikkelen, vooral in het schilderen van portretten. In zijn laatste brieven uit die periode schrijft hij met warmte over Nuenen en de mensen. Tegelijk merkt hij dat het dorp voor zijn plannen te klein is geworden. Ik vraag me af hoe hij er nu naar zou kijken.












De Brieven van Van Gogh
Bijna duizend brieven, aan zijn broer en vrienden, zijn bewaard gebleven en online gedocumenteerd. Een bijzonder inkijkje in het brein van Van Gogh.


Geef een reactie